Home
De Algemene Bank-CAO -kortweg AB-CAO- is van toepassing op ca 40 middelgrote en kleinere banken en instellingen met in totaal zo’n 8.300 werknemers. De grote banken hebben sinds 2001 elk een eigen CAO.
De 40 banken zijn onderling naar aard en omvang veelal zeer verschillend. Daarom geeft de CAO binnen de daarin opgenomen raamregelingen veel ruimte voor eigen invulling op ondernemingsniveau.
Half mei kwam na ruim een half jaar onderhandelen een nieuwe Algemene Bank-CAO tot stand met een looptijd van 14 maanden van 1 november 2010 tot 1 januari 2012. In juni 2011 worden de salarissen en salarisschalen structureel verhoogd met 1,25%. In december 2011 ontvangen alle werknemers € 300 bruto (deeltijders pro rata). De werkgever kan ervoor kiezen deze eenmalige uitkering ook in vrije tijd te geven.
In het akkoord is opnieuw een groot aantal maatregelen om (de kwaliteit van) de werkgelegenheid te bevorderen opgenomen, waaronder afspraken op het gebied van scholing zoals het bevorderen van scholing van deeltijders, tijdelijke dienstverbanders en oudere werknemers, het toekennen van EVC- certificaten, en cursussen Nederlands voor werknemers die onze taal onvoldoende beheersen. Op het gebied van arbeidsparticipatie zijn onder meer afspraken gemaakt over stageplaatsen en het opnemen van jong gehandicapten.
De studie naar wat Sociale Innovatie kan betekenen voor de banken en hun medewerkers, zal in de loop van dit contract in samenwerking met NCSI worden uitgevoerd.
Partijen hebben de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verzocht de CAO algemeen verbindend te verklaren. Dat betekent dat het overgrote deel van de CAO-bepalingen ook van kracht is geworden op een beperkt aantal kleinere banken die de CAO niet of niet geheel onderschrijven. Alleen de pensioenbepalingen en partijafspraken worden niet algemeen verbindend verklaard. AVV heeft overigens geen nawerking. CAO en AVV zijn in het leven geroepen om het ontduiken van arbeidsvoorwaarden die bij een duidelijke meerderheid van de collega-banken krachtens CAO gelden, tegen te gaan.



